Dorita de Bekker-Vorst
verhalen en gedichten
Boos op bang zijn
~

Bang in het donker, bang om alleen te zijn, bang om op te vallen...eigenlijk was ik een bang kind zo bij tijd en wijle.
Maar kinderen worden volwassen en je leert ermee om te gaan, het uit je lijf te bannen, er overheen te groeien en er komt een tijd dat je er lachend op terug kijkt.
Buiten dat...je gaat toch niet zeggen dat je bang bent. Belachelijk gewoon.

Het leven is niet te sturen, en helaas...je wordt teruggefloten op een gegeven moment.
Je wordt ziek.
Je krijgt borstkanker.
Je geneest, omarmt het leven weer met twee armen en bent met minuscule kleine dingen zielsgelukkig.

Een nieuwe emotie is meegegroeid in die ziekte, een emotie die bij die tijd hoorde en zo af en toe de kop weer opsteekt.
Met een harde knal timmer je die emotie weer de grond in.
Boos ben je, want hé kom op, geen tijd om boos te zijn.
Ik ben de baas, wat overkomt me nu?

Zijn het de medicijnen die je slikt, is het het woord kanker dat toch zo beladen blijft, is het die rotziekte die je nu eenmaal gehad hebt?
“ Je ziet er goed uit, helemaal de oude weer. Zo fijn voor je.”
Je lacht, knikt en zegt : “ Ja hoor, alles gaat goed.”
Dat is ook zo maar...toch ben je boos.
Boos op dat bang zijn dat je af en toe voelt.
Want, verdorie...wat is dat nu weer voor pijntje.
In een flits schiet een ziekenhuis moment je oog binnen, om er door het andere oog weer uit te gaan.
Je bent niet alleen boos op bang zijn maar ook boos op jezelf.
Gedraag je volwassen en recht de schouders. Niet zeiken.

Lekker gezegd, maar zo simpel is het niet altijd.
Vooral ‘s nachts in het donker. En dat terwijl ik niet meer bang ben in het donker.
Je hebt kinderen en kleinkinderen en daarmee is je angst territorium gegroeid.
Als hen maar niets overkomt, als ze maar gezond blijven.
Je kop denkt verkeerd. Het navigatiesysteem werkt niet meer en je bent op zo’n moment volledig de weg kwijt.
Boos op dat bang zijn. Zo boos...zo bang.

Ik las het artikel in het Brabants Dagblad: leven na kanker.
Kende al de televisiespotjes, maar las stug door.
Dat ging op een gegeven moment niet meer want het regende voor mijn ogen.
Ruitenwissers had ik niet, ik moest mijn tranen laten druppelen op mijn digitale krant.
Als een mokerslag kwam alles binnen. Zomaar ineens, zo herkenbaar.
Het is niet raar, het hoort erbij en door mijn tranen heen dacht ik:” Geef er aan toe. Je hebt je tranen verdiend, het mag gewoon, 80 % van de vrouwen hebben dezelfde reacties.”

Een klein half uurtje duurde die huilbui. Manlief begreep het en liet me.
Dat je nooit meer de oude wordt is zeker waar.Je hebt iets heftigs meegemaakt en dat laat zijn sporen achter.
Angst en paniekaanvallen zijn legaal.
Diezelfde dag hoorde ik dat een jeugdvriend van mijn oudste zoon overleden was.
Pas 39.
Zo boos...zo bang.
Mijn grootste angst...dat er iets met mijn gezin gebeurt.
Mijn wens...zoveel mogelijk tijd hebben samen.

Van bang zijn word je moe, letterlijk hondsmoe.
Ik weet dat mijn leven morgen weer anders zal aanvoelen.
Ik weet dat ik soms de angst moet accepteren.
Weet dat ik soms boos op bang zijn, wat moet verzachten.
Ik ben niet de enige.
Bang zijn...een menselijke emotie.

Daarom schrijf ik. Voor iedereen die met deze strijd te maken heeft gehad.
Voor al degene die het niet weten, niet kunnen weten omdat ze de ziekte niet hebben leren kennen.
God zij dank.
Ik ben genezen en omarm het leven maar soms schiet die boosheid onder mijn arm door.
Regeert weer even lekker dominant mijn bestaan.
Zeg nooit tegen iemand die worstelt met dit gegeven:” Kom op, het is over.”
Sla een arm om haar of hem heen en toon begrip in allerlei facetten. Geef tijd en aandacht.
Je mag bang zijn, het hoort erbij en dàt helpt weer om jezelf te accepteren en je nooit en te nimmer schuldig te voelen.

Ik kies ervoor om te praten.
Ook binnen mijn thuisfront.
Zodat zij straks, als ik de eeuwigheid op zoek, niet hun wenkbrauwen hoeven te fronsen en zich vertwijfeld af moeten vragen:”Dat wisten we niet dat ze zich soms zo voelde.”

Ik kan er helemaal naast zitten, maar ik denk...dat dat toch prettig moet zijn voor de rest van hun leven.