Dorita de Bekker-Vorst
verhalen en gedichten
Een pizza in het roze
~

Een prachtige dag in de magnifieke stad Dresden.
De zon stond hoog aan de hemel,we zaten op een terras te wachten op ons zojuist bestelde eten en de klokken boven mijn hoofd beierden volop. In de verte gezang van een koor wat ook hun plekje had gevonden op dit historische plein waar het ene terras nog gezelliger was als het ander.
Je hebt van die momenten dat je denkt: dit moet ik allemaal goed in me opnemen zodat ik het nooit meer vergeet want dit is echt een stukje hemel!

Naast ons zat een knappe vent van een jaar of veertig. Alleen aan een tafeltje voor vier, met een mobieltje voor hem en hij las wat in een of ander tijdschrift. Ook hij genoot van de zon. Hij schoof zo af en toe zijn zonnebril omhoog om hem daarna weer goed te zetten.
Het gebaar van de man van de wereld. Maar net niet patserig of arrogant. Gewoon heel vriendelijk, heel sympathiek. Ook hij had zojuist zijn, zo bleek achteraf, salade besteld en genoot zichtbaar van zijn pilsje.
De blik op oneindig, een glimlach om de mond.
Het was zo’n man die je nog eens goed in je opnam. Zo’n man die gewoon opviel.
Na een klein kwartier, misschien twintig minuten, kwamen er twee dames aanlopen.
De een had een roze hoedje op met daaronder een soort van regenjack, de ander had een roze vestje aan, tot bovenaan vastgeknoopt. Ze gingen zitten.
Tasje op schoot, handjes op het tasje, mondje klein en smal, oogjes priemend kijkend.
Daar zaten ze als twee standbeelden.
Twee standbeelden tegenover die knappe vent met de zonnebril.
Mijn man en ik gniffelden stiekem, keken vluchtig even de richting uit van de man die gewoon bleef glimlachen in de zon.
Nippend aan mijn wijn, had ik een prima uitzicht op de dames.
Het is dat ik ze zag aan komen lopen, anders had ik gezworen dat het twee poppen waren.
Zo’n minuut of tien gingen voorbij.
De situatie bleef ongewijzigd.
Er zonder meer vanuit gaande dat mijn buurvrouwen en knappe buurman Duitsers waren zei ik tegen mij man: “Straks zullen ze thuis zeggen, het was toch gezellig!”
Op het feit na dat mijn man zich verslikte in de rode wijn, bleef de situatie nog steeds hetzelfde.
Onze aandacht verslapte wat omdat er heerlijke vis voor ons werd gezet. Vanuit mijn ooghoeken zag ik nog wel dat mijn buurman zijn salade kreeg.
Na een hap of vijf ging ik wat rechter zitten. Het hoedje en vest in de kleur roze, kregen warme chocolademelk met slagroom.
O jee, nu moesten ze toch echt gaan bewegen. Sterker nog, het zou kunnen dat de overvloedige slagroom rondom de preutse lipjes ging zitten. En dat zou toch op een of andere manier verwijderd moeten worden.
De dames dronken met muizenslokjes. Het vestje had haar tasje niet losgelaten.
Ook mijn echtgenoot had de verandering waar genomen en hij had zelfs voorzichtig oogcontact gemaakt met de man om de situatie wat te peilen. En wat bleek?
Mijn knappe buurman had humor en bleef bijzonder correct.
Hij knipoogde naar mijn wederhelft met een blik van verstandhouding en bleef de situatie volledig onder controle houden.
Dat kon ik niet zeggen van de man met wie ik al 36 jaar getrouwd was. Die begon enigszins breeduit te lachen, boog wat het hoofd en vertelde mij wat er was gebeurd.
Zelfs mensen enkele tafels verder moeten gezien hebben, dat wij een lachwekkend onderonsje hadden. De dames niet. Gelukkig maar. Onze buurman wel maar hij verroerde verder geen vin meer en legde na de maaltijd keurig mes en vork evenredig naast elkaar op zijn inmiddels lege bord.
Toen wij zaten te wachten op ons dessert, gebeurde er weer iets spectaculairs.
Er werd voor de dames een vork en mes in een servet neergelegd.
Nou, dachten wij, zou het dan toch gezellig worden voor de dames?
Onze wenkbrauwen schoten wat verbaasd omhoog, de buurman bleef rustig zitten en voelde zich zonder meer bijzonder op zijn gemak.
Opnieuw verslapte onze aandacht want ons dessert was zonder meer goddelijk te noemen.
Toen ik het laatste hapje naar binnen werkte, zag ik ineens een levensgrote pizza aankomen. De pizza werd voor mevrouw vestje gezet.
Tja, nu moest het tasje wel op de grond gezet worden. Het is nu eenmaal onmogelijk om een pizza, wat toch al enige handige snij en eetgebaren verreist, over de beugel van een tas naar binnen te werken.
De dame met roze hoedje bleef, na een enkele blik op de pizza geworpen te hebben, weer strak voor zich uitkijken. Rakelings langs de man heen .
Onze koffie werd geserveerd.
Onze knappe buurman bestelde nog een pilsje en toen kwam het changement.
Het roze vestje was klaar en schoof de overgebleven pizza, richting het roze hoedje.
Ook vork en mes en de hele situatie herhaalde zich. Alleen nu in de mond van het roze hoedje.
Het roze vestje had inmiddels het tasje weer op schoot en keek ook strak vooruit. Alleen zij zat niet recht tegenover de man dus was de situatie, althans dat schatte ik zo in, wat gemakkelijker voor de knappe buurman.

Toen wij onze tafel verlieten, hadden wij van een heerlijke maaltijd genoten onder een zonovergoten hemel op een prachtig plein. Allemaal zaken die je hoopt en een beetje inschat als je plaats neemt op het terras.
Maar wat we absoluut niet hadden kunnen inschatten, was het feit, dat we een geweldige act hadden aanschouwd.
Zomaar zonder kaartje, gratis en voor niets.
Niet van studenten van de kleinkunstacademie, niet van plaatselijke artiesten die zo wat willen bijverdienen in de zomervakantie.
Nee, van twee dametjes van een halve zeventig uit de stad Dresden.
Gewoon puur natuur.
De een had een roze vestje aan, de ander had een roze hoedje op.
En de knappe buurman?
We hebben hem niet meer gezien.
Wie weet is hij te laat gekomen op zijn afspraak die avond. Misschien heeft hij wel gezegd:
”Sorry jongens, ik ben aan de late kant. Maar ik ben opgehouden door twee bloedmooie meiden!”