Een kermis biedt naast de vele attracties nog wat meer als je je ogen goed de kost geeft.
Vroeger als kind en puber was ik ook een trouwe kermisklant maar nu loop ik er alleen overheen voor de gezelligheid.
Volgend jaar zal dat veranderen want dan ga ik met mijn kleindochter de hort op die dan net groot genoeg zal zijn om in de allerkleinste rustige attracties te kunnen. Samen met mij, want dan wil ik weer meemaken wat ik vroeger met mijn eigen kinderen meemaakte.
Kleine kinderen in de draaimolen of autotootjes die met een sukkelgangetje hun weg zoeken…het ontroert me iedere keer.
Ook de trotse gezichten van de ouders en opa’s en oma’s langs de kant, ik vind het een feest om er naar te kijken.
Toen ik de laatste keer over de kermis liep, stond er een draaimolen met autootjes die een heel klein stukje omhoog gingen. Natuurlijk in een slakkentempo.
Opa en oma waren daar ook met kleinzoon van een jaar of twee en vol trots zetten ze hun kleinkind achter een knalgeel stuurtje om daarna vol verwachting met de camera in de aanslag de komende minuten af te wachten.
“Sturen hè”, riep oma nog en de draaimolen zette zich in beweging.
Met grote angstige ogen zag de peuter de eerste helling op zich afkomen en brak ogenblikkelijk op het hoogtepunt in tranen uit.
”Och gotte nog an toe,” hoorde ik oma zeggen.
“Opa komt”, zei de man en duwde het fototoestel weg maar wat hij niet had ingecalculeerd was dat in de tweede bocht, toen de draaimolen weer de richting van de opa en oma uitkwam, het wagentje met kleinzoonlief in de binnenring verdween. Paniek alom, want kleinzoon wou eruit, opa kon zo vlug niet langs die mini autootjes kruipen en oma riep met een rood hoofd : “Sturen hoor.”
Sturen…? Het kind had alle tegenwoordigheid van geest nodig om geen epileptische aanval te krijgen en hing al half uit het autotootje.
Hoe het is afgelopen weet ik niet. Ik kon het niet meer aanzien.
Sinds vier en halve maand ben ik ook oma en ik heb er niet bij stilgestaan dat mij dit misschien ook kan gebeuren. Ik kreeg het er nu al warm van…
Toen ik verder liep en al op mijn netvlies had staan hoe het volgend jaar zou kunnen worden, bad ik in stilte:” Laat ze net zoals haar vader zijn destijds.”
Want toen stond ik met tranen in mijn ogen te kijken naar een manneke in een gestreept lichtblauw truitje die zeer fanatiek aan een stuurtje draaide en iedere keer mijn ogen wist te vangen met een big smile als hij langs kwam. Het geluid van die mini draaimolen heb ik nog in mijn oren zitten, het was niet om aan te horen.
Het fragment hebben we op film vastgelegd en we zeiden tegen elkaar:” Wat wordt hij al groot hè?”
Kijk… en dat wil ik nu volgend jaar weer dolgraag beleven!