Dorita de Bekker-Vorst
verhalen en gedichten
Huize Joseph
~

Het piepte.
Dat grote witte tuinhek in de voortuin van het huis van mijn Opa.
De breedte was een meter of twee en het leek op een pretpark attractie in de ogen van een meisje van acht.
Dat meisje was ik.
Ik kon met mijn tenen op het onderste richeltje staan en zette me met één voet af op de witte kiezelsteentjes, om zodoende de enorme zwaai te krijgen, die behoorlijk hard ging.
Dat deed ik redelijk fanatiek, totdat er iemand op de raam klopte dat het niet mocht.
Of, een van mijn ouders kwam me dat buiten duidelijk zeggen.

Dat zwiepen met het tuinhek, was een van de spannende dingen van een evenzo spannend huis.
Aan de Graafseweg stond en staat nog steeds dat huis.
De letters Huize Joseph zijn allang met de noorderzon vertrokken, de voortuin is ook verdwenen om de rijweg breder te maken, het is wit geverfd en heeft een uitbouw gekregen.
In de loop van diverse decennia, is dat huis dus niet meer van mijn Opa en ik ben allang volwassen.
Het staat opnieuw te koop.
Dik een miljoen.
Wááát? Opa’s huis een miljoen?
Tja, de tijden zijn nu eenmaal enorm veranderd sedert mijn jeugdherinneringen uit de jaren vijftig.
Maar die herinneringen blijven, die neemt niemand me af.

In mijn huis hangt een koperen gong.
Die was van mijn Opa. Oma heb ik niet gekend want ik was twee toen ze stierf.
Die gong hing in de grote hal, met de telefoon precies om de hoek.
De telefoon die ik gebruikte om mijn vader te bellen, toen de logeerpartij bij Opa was mislukt.
Wat eerst spannend leek, werd doodeng.
Ik boven in bed op zolder en 2 grote trappen naar beneden zat mijn Opa te lezen.
TV was er niet. Trouwens, als er wel een TV was geweest, dan had Opa enkel het nieuwsjournaal bekeken.
De rest was totaal niet interessant en flauwekul. Nou…misschien had de EO nog een kans gemaakt als die zender destijds bestaan had.
In elke hoek van het huis stonden in mijn beleving enge mensen. Ik wilde terug naar het bovenhuis, midden in het centrum van ‘s- Hertogenbosch, waar ik veilig woonde. Mijn vader kwam me halen.
Avontuur over.
Toen ik een jaar of veertien, vijftien was, fietste ik heel vaak naar datzelfde huis.
Op bezoek bij Opa, die nog steeds las en nog steeds geen TV had, alleen een grote klok met een big ben geluid.

Die tijd samen met hem, was prettiger.
Ik zette thee in de keuken met de doorgeefkast met daarin dat prachtige servies.
Hij vroeg naar school en ik liep met hem door die grote tuin, waar hij zo trots op was.
Ik ging naar de groenteboer, in een van de lage huisjes, die alle produkten in houten kratten had liggen.
Dwaalde soms ook, met veel interesse door de kamers boven.
Zoveel schilderijen, kastjes en gezellige ramen.
Een van de vele kastjes, staat nu op mijn slaapkamer.
Daarvoor in mijn puberkamer.
Herinneringen aan dat grote huis van waaruit mijn moeder en 4 tantes zijn getrouwd en waar hun trouwfeest plaatsvond.

Herinneringen ook aan de serre, waar ik speelde met het poppenledikantje, het grote schoolbord en wat blokken.
Ik keek uit op het kippenhok, het eekhoornhuisje en de volière in de tuin.
Feilloos weet ik nog de plek te traceren waar dat speelgoed stond voor de kleinkinderen.
Achter een gordijn, in die grote hal, met die gong en spiegel èn telefoon.
In de hoek de studeerkamer, zoals mijn moeder die kamer noemde.
En boeken….boeken….boeken.
Vaak, als ik detectiveseries keek, dacht ik terug aan het huis van Opa.
Want deze locatie, deze sfeer had de perfecte ambiance kunnen zijn voor een soort van Tatort.
Op dat piepende hek na dan, dat was wat link.
Dat zou een potentiële moordenaar kunnen verraden.

Ik was zestien toen mijn Opa stierf. Dat was in 1967.
Sindsdien ben ik er nooit meer geweest. Binnen dan. Maar ik ben er een miljoen keer langs gekomen.
En nu heb ik gehoord dat het huis verkocht is.
Al wordt het hierna nog eens verkocht en ik mag dat meemaken, dan nog blijft het Opa’s huis.
In mijn kinder en puberherinneringen dan.
Daar blijft het bij, want mijn volwassen geest en gedachten zijn veranderd.
Logisch, een mens gaat nu eenmaal de zaken anders bekijken in de loop der jaren.

Maar Huize Joseph, blijft in mijn kindergeest zitten.
Met mijn 72 jaar denk ik stomverbaasd: een miljoen?
De piep van het tuinhek, zit nog in mijn hoofd.
Een keer of vier moest ik met mijn kindervoet steppen, totdat dat hek openstond tot het niet verder kon.
Ik weet het nog allemaal.

Zo…en dat had ik toch maar mooi geflikt daar, met dat hek aan de Graafseweg, eind jaren vijftig van de vorige eeuw!