De stad Kleef, net over de Nederlandse grens, kan regelmatig rekenen op een bezoek van ons.
Zo ook die bewuste woensdag.
We zaten voor de conditorei, onze vaste stek en heerlijk in de zon.
Buiten dus.
Geen mondkapje, dat moet alleen binnen op in Duitsland.
Zeven van de tien voorbijgangers heeft zo’n ding bungelend aan een oor.
Niet op dit terras.
Het overgrote deel van de mensen was Nederlands.
Terwijl ik lijdzaam dacht, waarom ik in godsnaam een uitsmijter met drie eieren besteld had, volgde ik een gesprek van twee Nederlandse Oma’s.
Begin zeventig, trendy gekleed en zichtbaar nog gebruind door de afgelopen zomer. Vooral de dame rechts voor me liet haar duidelijke mening weten omtrent, zoals zij zei, brutale kleinkinderen. ” Luister, dat pik ik niet van die kinderen. Mijn eigen kinderen hebben nooit zo’n grote mond tegen me gehad, dus ook mijn kleinkinderen mogen dat niet. ”
De dame links, bleek o.a. een twaalfjarige kleinzoon te hebben.
Zij was duidelijk minder heftig en werd eigenlijk overschaduwd door Oma rechts, die zo driftig met haar hoofd schudde dat haar zonnebril, die keurig in de haren zat, rampzalig zakte naar standje voorhoofd.
Hen zo volgend, ging mijn fantasie draaien en ik vroeg me af of Oma rechts werkelijk zo’n gruwelijke kleinkinderen had. Was ze niet een Oma, die een gedecideerde Oma wilde zijn maar daar regelmatig feilloos voor zakte en zich in feite liet ondersneeuwen?
Wat een drama en wat een vreemd gesprek over kleinkinderen.
Ik dacht aan mijn eigen kleinkinderen. Voor mij twee stukjes goud.
Oma links, dacht het hare ervan en begon op haar horloge te kijken.
Ze schuifelde wat ongemakkelijk op en neer.
Het werd tijd om te gaan.
Ook voor ons, maar dat had meer te maken met een bejaarde draaiorgelspeler, wiens muziek uit een gammel kastje kwam en regelmatig stopte bij een bepaald punt.
Het terras leefde vol spanning mee met de talloze pogingen om het einddoel van het lied te halen, maar ook dat werd een drama.
Veel bezoekers vulden de formuliertjes snel in die, in deze coronatijd, een plicht zijn en vertrokken naar de verderop gelegen gezellige winkelstraat.
Iedereen, dat moet gezegd worden, hield zich keurig aan de aangegeven looprichting.
Bijna iedereen.
Toen wij omhoog liepen richting Oberstad, kwamen er twee dames op leeftijd ons tegemoet. Druk pratend en zich totaal niet bewust dat er zoiets is als regels tegen dat verschrikkelijke Coronavirus.
Tassen vol boodschappen sleepten ze mee, waaronder speelgoed. Dat zag ik aan het inpakpapier.
Dat waren Oma rechts en Oma links. Ik zag het niet alleen, hoorde het ook meteen.
Och, dacht ik, die hopeloos brutale kleinkinderen.
Met zo’n oma die het terras trakteert op verschrikkelijke verhalen.
Maar......kleinkinderen van Oma rechts, er zijn cadeautjes onderweg!