Het is begin juni.
Een tijd die gebruikt wordt om voorpret te hebben bij de naderde vakantie.
Ook bij mij. Waarom dan in ‘s hemelsnaam die kerstengel in mijn kop zit, mag joost weten.
Ik maak er maar een verhaaltje van, ben ik die engel hopelijk kwijt.
Ik ben in mijn vroegere jaren met mijn kleuterleidsterdiploma het opbouwwerk ingerold.
Dat heb ik aan mijn moeder te danken die me tipte over een vacature bij Maatschappelijk werk/Jeugdzorg Gezinswerk hier in ‘s-Hertogenbosch.
We praten over 1971.
Voor het gespecialiseerde peuterwerk in de volksbuurt Vogelwijk, zochten ze een kracht die dit werk op zich kon nemen.
Je ging deel uitmaken van een team dat zich sterk maakte in diverse disciplines in deze oude Bossche, niet meer bestaande wijk.
Dat betekende ook dat je nauw betrokken werd bij het sociaal cultureel werk en maatschappelijk werk en wijkverpleging en contacten onderhield met kleuterschool en basisschool in de wijk.
Een wereld die me vreemd was, als groentje komend uit een beschermd, destijds KVP stemmend milieu.
Wat ben ik mijn moeder tot op de dag van vandaag nog dankbaar, dat ze me die tip gaf en ik dit werk mocht doen.
Het heeft me gevormd tot wie ik nu ben.
Mijn ogen werden geopend en mijn wereld werd zoveel groter.
Het peuterwerk bestond destijds uit het alleen draaien van een klasje van tien kinderen, die allemaal op sociale indicatie binnenkwamen.
Mijn peuterwerkcollega en ik werden ondersteund door een pedagoog, die als vliegende kiep zes van deze peuterleidsters ondersteunde in drie aandachtswijken van onze stad.
Prachtige kostbare jaren.
Ik mocht zelfs het peuterwerk in de oude Sint Straten opzetten, een wijk die destijds ook aandacht nodig had.
Ellen, mijn collega, en ik hadden de gewoonte ingebouwd om de koffie en melkpauze voor de kleintjes, samen door te brengen. Iedereen de ene keer in het ene klasje, de volgende dag in het andere klasje.
Zo zagen de kinderen elkaar ook allemaal want iedereen kende iedereen.
Het was Kersttijd en bij beide klasjes stond de kerststal
Bij Ellen een kleine stal met grote beelden, bij mij een grote stal met kleine beelden.
Dus...de engel kon bij mij hangen, bij Ellen niet want dan viel die stal toch enigszins in elkaar.
Zo gebeurde het dat de peuters uit Ellens klas, voor de eerste maal mijn stal kwamen bewonderen.
We zaten aan de koffie en alle kinderen hadden hun pakje melk, toen Tonnie, zijn melk liet staan voor wat het waard was, opstond en met zijn handjes in de zij stond te kijken naar het puntdak van mijn stal.
Ik was benieuwd wat er in zijn koppie omging en liep naar hem toe om te vragen wat er was. Geen antwoord.
Bij mijn tweede poging, stak hij zijn vingertje omhoog richting engel en zei zonder me aan te kijken:”Juffrouw, wat doet dat wijf op het dak?”
Nu nog, is die uitspraak een gezegde hier en met de Kersttijd kom ik elk jaar nog het “wijf” tegen.
Tonnie, die inmiddels een ruime vijftiger is, weet niet wat hij teweeg heeft gebracht. Als ik de kans zou krijgen, zou ik het hem nog eens willen vertellen.
Sinds een vijftal minuten denk ik te weten waarom die kerstengel door mijn hoofd spookt in de maand juni.
Eind deze maand komt er een theaterstuk op de planken, opgevoerd in de buitenlucht, vlakbij de plek waar ik deze mooie tijd heb doorgebracht.
Dat stuk gaat over een volkswijk en hun lief en leed, gebaseerd op herinneringen en ervaringen van vele mensen.
De kaartjes zijn allang besteld.
Verkneukel me nu al op momenten van kostbare herkenning.
Je kunt me vinden met de première bij theatervoorstelling WIJ, een samenwerking van de Verkadefabriek en Paleis voor Volksvlijt.
Ik ga er niet vanuit Tonnie tegen te komen.
Zou hem overigens niet meer herkennen.
En de kerstengel….die zie ik wel weer in december!